Bangkok
|
Als we in Nederland via Dusseldorf vertrekken, is het nat en koud buiten en we hopen dan ook dat we in Thailand beter weer treffen. We vliegen met LTU (dochter Air Berlin), super lowcost en verwachten het ergste voor zo'n lange vlucht, maar het valt 100% mee. We komen in de ochtend in Bangkok aan. We treffen direct mooi warm weer, alsof een dekentje over je heen valt. We hebben op zich goedkope hotels geboekt, maar niet de allergoedkoopste. Het blijkt al snel dat je in Thailand met weinig geld ontzettend luxe hotels kunt boeken. Onze hotels zijn eigenlijk gewoon superdeluxe, dat had wel wat minder gekund, maar ach, dat zijn luxeproblemen….
|
We frissen ons op en gaan Bangkok in om een lunch op te zoeken. We struinen wat rond in de omgeving van het hotel en zitten meteen vol in het Thaise leven. Na de lunch besluiten we een taxi te nemen naar het gedeelte van de stad waar de meest bekende tempels staan. Ik had gelezen dat je altijd een metertaxi moet nemen en op de meter moet laten rijden, anders wordt je afgezet. Op de een of andere manier treffen wij met de eerste taxi een man die niet op de meter wilt rijden en ons bij een compleet verkeerde tempel af wil zetten. Hij rijdt nog een stukje en besluit dan een andere taxi aan te houden voor ons, die ons wel naar de goede tempel kan brengen. Dit verloopt verder prima. We hebben verder ook geen enkele keer een probleem gehad met een taxi, toevallig alleen met de eerste.
|
|
We besluiten de tempel Wat Pho te bezoeken. Het belangrijkste is een enorme liggende Boeddha van 46 meter lang en 15 meter hoog. De Boeddha is rijkelijk versierd met bladgoud en heeft zelfs parelmoer op de ogen en voetzolen. De voetzolen tonen 108 afbeeldingen in een Chinese en Indische stijl. In Thailand mag je als niet-Boeddhist tempels gewoon betreden, mits je je schoenen uitdoet. Soms moet je je schouders bedekken en een rok aantrekken. Meestal mag je ook foto's maken. We bezoeken ook de rest van het tempelcomplex met vele kleine en grote gebouwen, die schitterend versierd zijn, heel kleurrijk. Men is dol op mozaïektegeltjes. Het wordt in alle vormen en maten toegepast, het liefst met spiegeltjes, of ander blinkende tegeltjes of bladgoud. We komen bij de tempel ook de eerste monniken tegen. In China zag je die niet zoveel, maar in Thailand kom je ze overal tegen. In dit tempelcomplex huist ook een traditionele Thaise massageschool. In en rond de tempel worden jonge Thai opgeleid tot masseurs, onderwijs in de enige echte Thaise massage. Ik heb er wel zin in, maar helaas is de school al gesloten. Patrick ziet het nog niet zo zitten. Hij denkt dat ze onze botten gaan breken. Ik besluit dat een Thaise massage toch het minste is dat je in Thailand moet ondergaan, maar dat is voor later.
|
Na bezoek aan deze tempel besluiten we richting de Khao San Road te lopen. Ondertussen passeren we allerlei bezienswaardigheden die we de volgende dag kunnen bezoeken. De Khao San Road is een gezellige backpackerstraat, waar we heerlijk kunnen acclimatiseren. Veel westerse toeristen, waaronder dus veel backpackers, maar ook veel Thaise mensen, die graag iets willen verkopen of eten voor je willen maken. We besluiten bij de straatkraampjes ons avondmaal bij elkaar te scharrelen. Een stokje vlees hier, een loempiaatje daar en tot besluit een bordje padthai, het meest vergelijkbaar met een bordje bami. Het wordt allemaal ter plaatse voor je klaar gemaakt voor een paar bath. Als ik later bij een pilsje uitreken, wat 'ons diner' heeft gekost, schiet ik in de lach. Voor twee personen hebben we 2 euro uitgegeven. In verhouding is de alcohol vrij duur in Thailand, al is het nog steeds goedkoper dan in Nederland. Een fles Singha van 630 ml kost hier 70 bath, ongeveer € 1,40. Omdat we een lange dag hebben gehad, duiken we deze eerste dag op tijd ons bed in. Morgen gaan we de rest van Bangkok verkennen.
|
|
Na een goed ontbijt, gaan we met de taxi richting een pier aan de rivier Chao Phraya. Dit is de hoofdrivier waarlangs de geschiedenis van Bangkok zich door de eeuwen heen ontwikkelde. Heel wat belangrijke bezienswaardigheden zijn op de oevers van deze rivier gebouwd. Hier varen teakhouten veerboten, door slepers getrokken platbodems vol zand, bootjes afgeladen met groenten en fruit, grote rijstschepen en natuurlijk de longtailboten. Deze laatste waren vroeger vissersboten, maar zijn nu voornamelijk riviertaxi.
|
Aan de overzijde van het water liggen klongs. Dit zijn kleine zijwatertjes, waarlangs bewoners hun woning op palen hebben gebouwd. Ze verbinden het hart van de stad met de buitenwijken. Veel water heeft plaats gemaakt voor beton, maar hier was de grond was zo drassig dat de projectontwikkelaars dit deel van de stad ongemoeid hebben gelaten. Geen wolkenkrabbers van staal, glas en beton, maar schattige, houten huizen op palen, drijvende marktjes, vissersboten en ongelooflijk veel tropisch groen langs weerszijden van deze waterweg. De bewoners maken er een erezaak van hun terrassen en balkons vol te stouwen met planten en bloemen. Een lust voor het oog. Lange tijd waren de klongs niet meer dan open riolen, het water zag zwart en stonk, maar daar komt nu langzaam verandering in door de bouw van een waterzuiveringsstation buiten Bangkok. Ook de bewoners zijn zich nu bewuster van het belang van zuiverder water voor hun gezondheid. Afvalboten ruimen geregeld de rommel op. We raden het niet aan een duik te nemen in de klongs, maar de aanwezigheid van vis wijst toch op beterschap.
|
|
We besluiten met een longtailboat deze klongs te gaan verkennen. We maken een deal voor een bepaalde route, die ongeveer 1 uur duurt. De longtailboot heeft van oorsprong geen motor, maar ook een Thai roeit liever niet en de boten zijn allen van een motor voorzien. In Bangkok heeft men blijkbaar een overschot aan automotoren en deze worden gebruikt om de boten te motoriseren. Men kan hiervoor een klein motortje gebruiken, want de schroef die aangedreven moet worden, is niet heel groot. Echter, het lijkt dat hier geldt: hoe groter hoe beter, want er liggen gigantische motoren, het liefst van een vrachtwagen, op het bootje, waarbij soms de radiateur of de koelventilator er nog aanzit. Onze boot gaan naar de overkant van het water om de Klong Mon in te gaan. Ik verheug me op een rustig uurtje langs het Thaise leven aan de klongs. Hiervan kan ik echt genieten.
|
|
De klongs zijn toegankelijk via sluizen en het blijkt dat de sluis net gesloten is, dus we moeten even wachten. Onze man wil daarom ons een andere klong laten zien, maar wij vertrouwen het niet en leggen hem uit dat hij gewoon moet wachten. Hij sputtert nog wat, maar lijkt zich er bij neer te leggen. Lijkt…., want we gaan met zo'n zes boten de sluis en zodra hij open gaat, scheurt onze longtail er tussenuit. In een moordend tempo vliegen we de klongs door. We geven aan dat het best wat langzamer mag, maar onze man spreekt geen Engels meer en vliegt als een straaljager over het water. Patrick ziet toch kans nog een paar foto's te maken, maar het rustige tochtje waarop ik gehoopt had, is niet aan de orde. Eenmaal rond gevaren, zijn we bij een andere sluis om de klong weer uit te varen en hier moeten we nog een kwartier wachten, dus hij had best wat rustiger kunnen varen. Van de andere boten die met ons via de sluis zijn binnengevaren, zien we er geen één. Die hebben wat meer tijd gekregen om rond te kijken.
|
Eenmaal terug aan wal, zien we de man waarmee we hadden afgesproken niet meer. We besluiten ons erbij neer te leggen en dat we het nog een keer overdoen, wanneer nog eens in Bangkok zijn.
|
|
We gaan nu richting de Pat Klong markt. Het wordt beschreven als een leuke groente-, fruit- en bloemenmarkt, waar je eigenlijk 's morgens vroeg moet zijn. Ze beginnen al rond 3 uur 's morgens, maar dat is wel erg vroeg en aangeraden wordt om voor 10 uur 's morgens er te zijn. Wij komen er pas in de middag aan en op dat moment is er inderdaad niet veel meer te beleven. We wandelen daarom op ons gemak richting de Khao San Road om daar weer wat te eten. Omdat we hierbij niet direct in de buurt van belangrijke bezienswaardigheden lopen, ben je uit de toeristische gebieden en krijg je wat meer mee van het dagelijkse Thaise leven.
|
|
's Middags gaan we de belangrijkste Boeddhistische tempel van Thailand bezoeken, de Wat Phra Kaew, op het terrein van het Koninklijk Paleis. De bouw van de tempel begon toen koning Rama I in 1785 de hoofdstad van Siam verplaatste van Thonburi naar Bangkok. Anders dan andere tempels wonen hier geen monniken. De tempel heeft voornamelijk zeer gedecoreerde gebouwen, standbeelden en pagodes. In het hoofdgebouw bevindt zich de smaragdgroene boeddha. Ondanks zijn kleine afmetingen (65 cm) is deze het meest belangrijke godsdienstige symbool voor de Thai. Volgens legendes komt het beeld oorspronkelijk uit India, maar het werd voor het eerst gesignaleerd in 1434 in Chiang Rai in Noord-Thailand. Nadat het lange tijd in Laos was gehuisvest werd het na een oorlog meegenomen, eerst naar Thonburi. In 1784 werd het naar zijn huidige locatie gebracht.
|
Ondanks het hete weer gedurende een groot deel van het jaar in Bangkok zijn lange broekspijpen of rok een eis om de tempel binnen te mogen. Dit wordt streng gecontroleerd. Voor degenen die hier niet op voorbereid waren is er passende kleding te huren. Voor de Thai is de tempel gratis, maar voor ons niet. Het gehele complex rondom de tempel bestaat uit 218.000 vierkante meter. De gebouwen zijn prachtig, je ziet veel kleur en natuurlijk goud, het is er schoon en er is veel op details gelet. Alles wat je ziet heeft een betekenis, het is zo indrukwekkend. Met name de kleurrijke chedi's (graven) vallen op met daken van bladgoud, geglazuurde oranje en groene tegels, en pilaren die zijn versierd met mooie mozaïeken. Op de binnenkant van de muren zijn fraaie fresco's geschilderd
|
Achter de tempel ligt het Koninklijk Paleis. De Thaise koning gebruikt het gebouw uitsluitend nog voor officiële ceremonies.
|
|
Na het avondeten, nog een keertje op de Khao San Road (bevalt goed), besluiten we de taxi te nemen naar Patpong. Dit is de seksstraat van Bangkok en aantrekkingspunt voor duizenden toeristen, Thaise en niet-Thaise. We struinen eerst lekker over de nachtmarkt en krijgen om de 5 meter een pingpongshow aangeboden. Eerst hebben we geen idee wat er meer bedoeld wordt, behalve dat het iets met seks te maken heeft. Na wat navraag, hadden we het eigenlijk ook wel zelf kunnen bedenken. Net de bananenbar, maar dan wordt er met pingpongballen geschoten. De ene gogobar na de andere staat in deze straat. Na wat gluren, besluiten we naar binnen te gaan. We kiezen er één waar we ook direct weer naar buiten kunnen en niet waar we een trap op of af moeten. Ik verwachtte dat er meiden zouden paaldansen, maar hier hebben ze toch een heel ander begrip van paaldansen. Er staat zo'n twintigtal meiden op een podium een beetje heen en weer te wiebelen naast een paal in bikini op hoge hakken met een nummer op en hopen dat iemand belangstelling voor ze heeft. Ondertussen wijs ik Patrick een aantal meiden aan, dat formeel niet tot de vrouwencategorie hoort. Naar aanleiding daarvan kijkt Patrick naar het kruis van deze persoon en ook dat leidt tot de conclusie dat deze een man is. Echter, deze dame denkt nu dat haar broekje niet goed zit en friemelt onzeker met haar broekje. Al met al vind ik het zielig en na twee bars, besluiten we nog een paar barretjes te bezoeken zonder gogogirls. Bij het laatste barretje raken we aan de praat met twee mensen uit Nieuw-Zeeland, heel gezellig. Ik ga even naar het toilet (drie huizen verder, een winkelcentrum in en dan helemaal achteraan en de serveerster betaalt voor mij) en als ik terug kom, zijn de Nieuw-Zeelanders zijn net vertrokken en Patrick was inmiddels ook opgestaan. We lopen richting een taxi, maar worden dan ineens nageroepen. Het blijkt dat we zijn vergeten te betalen. Oeps, blijkbaar hebben we al genoeg gedronken. Patrick geeft hem een flinke fooi en duizendmaal excuses. We gaan lekker slapen en morgen gaan we Bangkok verlaten.
|
|